"Built with Heart and Soul” Een Interview met Hans Koomans

Er zit iets stilletjes compromisloos in Hans. Deels engineer, deels ambachtsman, deels muzikant: zijn pad naar studiobouw was niet gepland, maar ontstond vanzelf. Wat begon met een verzoek van een oud-student groeide uit tot een decennialange carrière in het vormgeven van opnameruimtes in Nederland en daarbuiten. We spraken hem over intuïtie, imperfectie en creativiteit.
Q: Beschrijf jezelf in drie woorden.
Hans: Semi-autistische ambachtsman.
Q: In 1995 ben je begonnen met je studio-ontwerp en akoestisch consultancy. Wat bracht je in die richting?
Hans: Het was eigenlijk geen bewuste keuze; het gebeurde gewoon. Ik gaf les bij SAE en een oud-student vroeg me om te helpen zijn homestudio te bouwen. Dat was de eerste.
Niet lang daarna stuurde SAE me naar Stockholm om Soundtrade Studios te renoveren. Ze waren tevreden en boden me een managementfunctie aan. Ik nam die aan, ook al wist ik dat ik er niet echt voor geschikt was. Het voelde als een once-in-a-lifetime kans.
Na dat jaar ging ik terug naar Nederland en begon ik met een mobiele recording setup met een vriend. Dat was de tijd dat digitale gear betaalbaar werd – ADAT’s, Yamaha mixers – waardoor het makkelijker werd om te starten.
Daarna vroegen steeds meer mensen me om studio’s te bouwen. Toen besefte ik dat ik een combinatie van vaardigheden had die goed werkte: ik begreep engineering, ik speelde zelf muziek en ik kom uit een timmerfamilie. Ik kon aan beide kanten van het glas denken én het ook bouwen.
Het werk kwam eigenlijk naar mij toe. Veel makkelijker dan bands zoeken om op te nemen.
Q: Voelde het alsof het zo moest lopen?
Hans: Ja, precies. Soms bepaalt het leven het voor je.
Q: Zijn er projecten van de afgelopen 20 jaar die je extra dierbaar zijn?
Hans: Het Conservatorium. In Rotterdam, Haarlem en Amsterdam. Ik ben erg gehecht aan de sfeer daar.
Overal zijn muzikanten, die in gangen oefenen, instrumenten in elke hoek. Die sfeer is heel bijzonder.
In Amsterdam werkte ik aan een ruimte die niemand graag gebruikte. Het voelde dood, visueel en akoestisch. Ze gaven me volledige vrijheid om het te veranderen en zeiden: “Maak er een plek van waar mensen willen zijn.” Dat vertrouwen is zeldzaam en waardeer ik enorm.
Q: Je hebt TFA Studios vanaf de grond opgebouwd. Welk deel ben je het meest trots op?
Hans: Het geheel. Het is alsof je drie kinderen hebt; je kunt niet kiezen. Elke studio heeft zijn eigen karakter.
Q: Je had volledige vrijheid in dit project. Hoe begin je zonder beperkingen?
Hans: Je begint met het grote geheel. Niet alleen de studio’s, maar de hele omgeving: kantoren, workflow en hoe mensen door de ruimte bewegen.
Ik vraag mezelf altijd af: als ik hier zou werken, waar zou ik me prettig voelen?
Technisch gezien heb je wel grenzen: afmetingen, akoestiek en symmetrie. Een control room moet symmetrisch zijn, anders lijdt je stereobeeld daaronder.
Maar daarbuiten is het proces intuïtief. Het is als muziek maken. Je plant niet alles; je probeert iets, past aan, breekt soms iets af en begint opnieuw.
Daarom vroeg ik om geen deadline. Met een deadline geef je jezelf geen ruimte om dingen te herdenken. En dat heb je soms nodig.
Q: Wat was de grootste uitdaging?
Hans: Iedereen tevreden houden.
Q: Wat maakt TFA Studios speciaal?
Hans: Ik heb al mijn kennis erin gestopt. Het is gebouwd met hart en ziel.
Q: Is er een frequentie waar je een persoonlijke “grudge” tegen hebt?
Hans: Het laag-middengebied, rond 100 tot 125 Hz.
Dat is lastig. Bij bijna elke studio zitten daar problemen door de afstand tussen speakers en vloer. Het is moeilijker te controleren dan het diepe laag.
Q: Je hebt oorspronkelijk iets totaal anders gestudeerd. Kun je daar iets over vertellen?
Hans: Ja, psychologie. Maar na een paar jaar dacht ik: “Nee, dit is het niet.”
In die zoektocht las ik in een magazine over de School of Audio Engineering en ik wist meteen: dit ga ik doen.
Toen ik begon, was ik volledig gefascineerd. Ik zat er de hele tijd, soms sliep ik zelfs in de studio’s.
Na mijn afstuderen vroegen ze me om les te geven. Dat leidde uiteindelijk ook tot studioprojecten.
Q: Wat inspireerde je om je eigen studio te bouwen, The Tracking Room?
Hans: Ik zag te veel studio’s waar al het geld naar de control room ging.
En dan bleef er niets over voor de live room – de plek waar muzikanten echt spelen.
Maar dat is juist de belangrijkste ruimte. Als muzikanten zich niet goed voelen, krijg je geen goede muziek.
Dus daarop heb ik me gefocust. Jarenlang was het één ruimte en mixte ik ook daar. Pas recent heb ik een aparte control room gebouwd.
Q: Wanneer weet je dat een project af is?
Hans: Dat leer je met de tijd.
Je kunt altijd blijven verbeteren, maar dan kom je nooit verder. Op een gegeven moment moet je loslaten.
Bij mij kwam dat besef deels met de leeftijd en deels op de harde manier.
Q: Wat bedoel je met “de harde manier”?
Hans: Ik heb in 2022 een hartaanval gehad.
Dat verandert alles. Het dwingt je om te kijken hoe je werkt, hoeveel stress je draagt. Ik besefte dat ik te hard had gepusht, alles perfect wilde maken, iedereen tevreden wilde houden.
Nu werk ik anders. Langzamer, bewuster.
Q: Heeft dat je levensstijl veranderd?
Hans: Volledig. Geen alcohol, geen suiker, gezondere gewoontes.
Ik zie ook mensen om me heen van dezelfde leeftijd die geen tweede kans hebben gekregen. Ik voel me dus gelukkig. Het was een waarschuwing.
Q: Muziek speelt nog steeds een rol via je band ‘The Covenant’. Welke rol heeft de band voor jou?
Hans: Het is belangrijk. Ik begon als recording engineer, maar ik hield van hun houding: ze deden het voor het plezier van spelen.
Later speelde ik keyboard, terwijl ik dat nauwelijks kon. Uiteindelijk ben ik weer naar gitaar gegaan.
Het is een andere vorm van creativiteit: minder technisch, directer. Die balans heb ik nodig.
Q: Als je werk een theme song had, welke zou dat zijn?
Hans: ‘All You Need Is Love’ van The Beatles
Ready to make some noise?
Of je nu op zoek bent naar een soundlogo of de audioproductie voor een complete campagne, wij zorgen dat alles klopt van idee tot oplevering!

